Er zijn weinig Nederlandse steden waarvan de naam tegelijk een internationaal productbegrip is, en Gouda is het duidelijkste voorbeeld. Wie de plaatsnaam los intypt, krijgt voor een groot deel resultaten over een kaassoort te zien, en dat geldt ook voor de gereedschappen waarmee een bureau zijn werk doet. Zoekwoordcijfers op de stadsnaam bevatten vraag uit landen waar niemand ooit een aannemer hier zal inhuren. Een plan dat op die cijfers is gebouwd, mikt op een markt die niet bestaat.
Datzelfde speelt bij de vermeldingen en bij wat een taalmodel over de stad teruggeeft. Bedrijven met de plaatsnaam in hun handelsnaam worden regelmatig onder een productcategorie weggeschreven, en een AI-antwoord op een vraag over deze plaats begint even vaak bij het product als bij de stad. Het werk bestaat er hier dus uit om het bedrijf onmiskenbaar aan de plaats te koppelen: adres, schema en verwijzingen die samen geen ruimte laten voor de andere betekenis.
Achter de dagbezoekers ligt bovendien een gewone stad met bijna tachtigduizend inwoners, gelegen tussen twee grote steden en met een verzorgingsfunctie voor Midden-Holland. Die twee publieken typen totaal verschillende woorden in: de bezoeker zoekt op het product en op het uitje, de inwoner op een dienst en op zijn wijk. Eén tekst die beide probeert te bedienen, overtuigt geen van beide.
Verdieping op de twee onderwerpen die in deze markt het meeste opleveren: meten op dienst plus plaats in plaats van op de stadsnaam en een bedrijf koppelen aan de plaats en niet aan het product.